Met de functie Kasopmaak kunt u de inhoud van de kassa tellen en controleren of deze overeenkomt met de bedragen die in Microcash zijn geregistreerd. Hiermee kunt u eventuele kasverschillen inzichtelijk maken.
U opent deze functie via:
F5 – Management > F1 – Einde dag > F2 – Kasopmaak
Na het openen van de kasopmaak kiest u eerst de gewenste periode en kassa’s. Dit werkt op dezelfde manier als bij het dagoverzicht. Bevestig de selectie met F12 – OK.
Kas tellen en invoeren
In het kasopmaakscherm vult u de getelde bedragen in.
Bij Muntgeld vult u per muntsoort het aantal getelde munten in.
Bij Briefgeld vult u per biljetsoort het aantal getelde biljetten in.
Onder Overig kunt u bedragen invullen voor andere betaalmethoden of geldstromen, zoals:
Pin: totaalbedrag aan pinbetalingen.
Giftcard: totaalbedrag aan giftcardbetalingen.
Waardebon: totaalbedrag aan ingenomen waardebonnen.
Creditcard: totaalbedrag aan creditcardbetalingen.
Op rekening: totaalbedrag aan betalingen op rekening.
Uitgaven: contante uitgaven uit de kas.
Daarnaast kunt u het startbedrag invullen en eventueel gebruikmaken van Extra 1, Extra 2 en Extra 3 voor aanvullende geldmiddelen.
Het veld Eigen bonnen gebruikt u alleen wanneer ingenomen eigen waardebonnen als betaalmiddel zijn verwerkt in het afrekenscherm. Dit hoeft u niet te gebruiken wanneer een waardebon in de kassa is gescand of als negatief bedrag op een groep is aangeslagen.
Overzicht controleren
Onderaan het scherm ziet u per betaalmethode een overzicht met drie kolommen:
Geteld: het bedrag dat u in de kasopmaak heeft ingevuld.
Geboekt: het bedrag dat in Microcash is geregistreerd via het afrekenscherm.
Verschil: het verschil tussen het getelde en geboekte bedrag.
Onderaan wordt het totaalverschil weergegeven. Hiermee kunt u controleren of de kas klopt of dat er sprake is van een kasverschil.
Rechts in het scherm kunt u het personeelslid invullen dat op de afdruk wordt getoond. Ook kunt u een opmerking toevoegen in het opmerkingenveld.
Beschikbare acties
Onderaan het scherm staan de belangrijkste acties:
ESC – Afbreken: de kasopmaak sluiten zonder op te slaan.
F6 – Printen: de kasopmaak afdrukken. U kunt daarna kiezen voor printen op de A4-printer of bonprinter.
F9 – Laden: een eerder opgeslagen kasopmaak openen.
F11 – Opslaan: de huidige kasopmaak opslaan.
F12 – Klaar: de kasopmaak afronden. Microcash slaat de kasopmaak op en vraagt daarna of u deze wilt printen.
Let op!
Wilt u een eerder opgeslagen kasopmaak openen?
Open dan eerst de Kasopmaak en selecteer de juiste datum en kassa.
Druk vervolgens op F9 – Laden. Er verschijnt een overzicht met opgeslagen kasopmaken voor de gekozen periode. Selecteer de gewenste kasopmaak en open deze om de gegevens opnieuw te bekijken of verder te verwerken.